De taak van de RvC is het houden van toezicht op het bestuur van de Vennootschap en de algemene gang van zaken betreffende de Vennootschap en de met haar verbonden onderneming en staat het bestuur met raad terzijde. De RvC richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de Vennootschap en de met haar verbonden onderneming; de RvC weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van de bij de Vennootschap betrokkenen (waaronder de aandeelhouders) af en streeft daarbij naar het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn.
De RvC is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn functioneren.
Tot de taak van de RvC wordt onder meer gerekend:
- het houden van toezicht en (al dan niet voorafgaande) controle op, en het adviseren van, de RvB omtrent: (i) de realisatie van de doelstellingen van de Vennootschap, (ii) de strategie en de risico's verbonden aan de ondernemingsactiviteiten, (iii) de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, (iv) het financiële verslaggevingsproces, (v) de toepassing van informatie- en communicatie technologie (ICT) en (vi) de naleving van de wet- en regelgeving;
- het openbaar maken, naleven en handhaven van de corporate governance structuur van de Vennootschap;
- het goedkeuren van de jaarrekening alsmede het goedkeuren van de jaarlijkse begroting en belangrijke kapitaalinvesteringen van de Vennootschap;
- het selecteren en voordragen van de externe accountant van de Vennootschap;
- het selecteren en voordragen ter benoeming van leden van de RvB, het voorstellen ter vaststelling (door de algemene vergadering van aandeelhouders van de Vennootschap (de "algemene vergadering")) van het remuneratiebeleid voor leden van de RvB, het vaststellen van de remuneratie (met inachtneming van voornoemd remuneratiebeleid) en de contractuele arbeidsvoorwaarden van de leden van de RvB;
- het selecteren en voordragen ter benoeming van de leden van de RvC alsmede het voorstellen van de vergoeding voor zijn leden ter vaststelling door de algemene vergadering;
- het evalueren en beoordelen van het functioneren van de RvB en de RvC alsmede van hun individuele leden (met inbegrip van een beoordeling van de profielschets voor de RvC en het introductie-, opleidings- en trainingsprogramma (zie de artikelen 3.1 en 8));
- het in behandeling nemen van, en beslissen omtrent, gemelde potentiële tegenstrijdige belangen als bedoeld in artikel 11 tussen de Vennootschap enerzijds en leden van de RvB, de externe accountant en de grootaandeelhouder(s) anderzijds;
- het in behandeling nemen van, en beslissen omtrent, gemelde vermoedens van een misstand die het functioneren van leden van de RvB betreffen als bedoeld in artikel 12.
De RvC zal jaarlijks na afloop van het boekjaar van de Vennootschap een verslag over het functioneren en de werkzaamheden van de RvC en zijn commissies in dat boekjaar opstellen en publiceren. Het verslag bevat in ieder geval de informatie waarnaar wordt verwezen in de artikelen 3.4, 3.6, 5.3, 10.4, 17.1 en 17.2.